Van egeltjes naar samen impact maken
Rijnstate, Radboudumc en Beter Verwijs gaan de komende twee jaar intensief samenwerken om de mogelijkheden van Beter Verwijs voor ziekenhuizen verder uit te breiden. Met een EFRO-subsidie van ruim 1 miljoen euro krijgt het platform onder meer AI-matching voor complexere hulpvragen, slimme signalen in het EPD wanneer verwijzen relevant is, integratie met het patiëntportaal en betere terugkoppeling over het vervolg en de resultaten van verwijzingen. Zo krijgen zorgprofessionals én ziekenhuizen meer inzicht om van te leren en op te sturen. Voor Rijnstate-bestuurder Hans Schoo gaat die samenwerking over veel meer dan een platform. Het raakt aan een fundamentele vraag: hoe houden we de zorg toegankelijk als de zorgvraag groeit en het aantal zorgprofessionals niet meegroeit?
Het heeft even geduurd voordat Rijnstate, Radboudumc en Beter Verwijs elkaar echt vonden. “We waren eigenlijk een soort egeltjes. We benaderden elkaar voorzichtig, leerden elkaars belangen kennen en ontdekten stap voor stap wat we elkaar te bieden hadden. Toen ontstond er energie.”
Niet wachten tot iemand patiënt wordt
Voor Schoo ligt onder deze samenwerking een veel grotere opgave. “De zorgvraag neemt toe, terwijl het arbeidsmarktpotentieel afneemt. Alleen efficiënter werken gaat dat probleem niet oplossen. We moeten ons veel sterker afvragen: hoe zorgen we ervoor dat mensen langer gezond blijven?” Hij vergelijkt de zorg met een garage. “Als een onderdeel kapot is, vervang je het en kun je weer verder. Maar het is ook belangrijk om te kijken waardoor dat onderdeel kapot is gegaan.”
Daarom pleit Schoo voor een sterkere beweging naar preventie én Health in All Policies. “Medische zorg bepaalt maar een beperkt deel van iemands gezondheid. Werk, wonen, schulden, opleiding en leefomgeving hebben enorm veel invloed.” Gezondheid is volgens hem dus niet alleen een verantwoordelijkheid van ziekenhuizen. Ook gemeenten, onderwijs, woningcorporaties, huisartsen, zorgverzekeraars en andere maatschappelijke partners zijn nodig. “Door er bijvoorbeeld naar te streven dat kinderen gezonder kunnen opgroeien, voorkomen we dat een deel daarvan later bij ons in het ziekenhuis terechtkomt.”
We zeggen dat preventie belangrijk is, maar financieren ziekte
Binnen Rijnstate gebeurt al veel op het gebied van leefstijl en preventie. Zo werkt het ziekenhuis onder meer met het Gezondheidsplein, prehabilitatie en reactiverend verplegen, waarmee patiënten voor, tijdens en na een behandeling zo fit mogelijk worden gehouden. Ook stonden we aan de wieg van het leefstijlprogramma GO!, een initiatief voor kinderen met overgewicht en een verhoogd risico op onder andere diabetes type 2. Met GO! kunnen zorgprofessionals eerder ingrijpen, om te voorkomen dat kinderen later specialistische zorg nodig hebben.
Juist daar ziet Schoo de spanning in het huidige systeem. “Als het uiteindelijk tot een maagverkleining komt, is dat verzekerde zorg. Maar veel van wat je daarvoor preventief zou willen doen, is maar gedeeltelijk of niet verzekerd.” Dat is volgens hem tekenend. “We zeggen dat we preventie belangrijk vinden, maar als er keuzes gemaakt moeten worden, wint vaak de zorg die al georganiseerd en gefinancierd is.” Ook op bestuurlijk niveau moet preventie ondertussen concurreren met veel andere prioriteiten. Preventie vraagt dus om vasthoudendheid én om andere prikkels in het systeem.
De beweging naar buiten
Voor Schoo houdt de beweging naar preventie niet op bij de muren van het ziekenhuis. Wie gezondheid serieus wil bevorderen, heeft ook de wereld daarbuiten nodig. Dat geldt voor het voorkómen dat mensen patiënt worden, maar ook voor patiënten die vanuit het ziekenhuis verder aan hun gezondheid kunnen werken. Samenwerking met andere partijen is daarbij essentieel.
Voor Schoo ligt daar de kracht van de beweging die met het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt ingezet. Daarover zegt hij: “Het brengt partijen bij elkaar rond de vraag: hoe zorgen we er samen voor dat de zorg in de regio goed, toegankelijk en betaalbaar blijft?” Die gezamenlijke beweging is niet eenvoudig. “Iedereen zit vanuit zijn eigen belang aan tafel en wacht een beetje op elkaar. Het is soms een soort zorgpolder waarin iedereen elkaar vasthoudt.”
“In zo’n woud aan belangen moet iemand een pad creëren. Daar heb je idealisten voor nodig die de kar trekken.” Volgens Schoo vraagt verandering dan ook niet alleen om plannen en systemen, maar vooral om mensen die ermee aan de slag gaan.
Precies daar ziet hij de meerwaarde van de samenwerking met Radboudumc en Beter Verwijs. Rijnstate heeft met Samen Kwiek al veel ervaring opgebouwd met het verbinden van inwoners aan het fijnmazige aanbod in het sociaal domein in de eigen regio. Beter Verwijs brengt daar een bredere infrastructuur voor paramedisch, sociaal en leefstijlaanbod bij, geïntegreerd met het elektronisch patiëntendossier. In de samenwerking komen die kennis, ervaring en infrastructuur bij elkaar. Zo kunnen patiënten vanuit het ziekenhuis eenvoudiger naar passende ondersteuning dichtbij huis worden verwezen en ontstaat beter inzicht in of zij daar daadwerkelijk terechtkomen en wat die ondersteuning oplevert. “Als we geloven dat gezondheid voor een belangrijk deel buiten het ziekenhuis ontstaat, dan moeten we het ook makkelijker maken om patiënten daar te krijgen.”
Van ego naar eco
Voor Schoo is samenwerken geen keuze meer, maar noodzaak. “Alleen ga je sneller, samen kom je verder.” Dat betekent volgens hem ook dat organisaties soms over hun eigen belang heen moeten stappen. Hij vat het samen in vier woorden: “Van ego naar eco.” En dan, met een glimlach: “Wat mij betreft zijn we nu Samen Wijs.”
